G. Jelgersma

 


  •    

     

    G. Jelgersma, de eerste hoogleraar die de Psychiatrie en Neurologie scheidde

     

    Verhalen uit Kolyma

     

    DOOR DE SNEEUW

    Hoe wordt een weg gebaand door onbetreden sneeuw? Voorop loopt zwetend en vloekend een man die elk moment in de diepe rulle sneeuw blijft steken en nauwelijks de ene voet voor de andere krijgt. De man loopt ver vooruit en markeert zijn route met ongelijkmatige zwarte kuilen. Hij wordt moe, gaat in de sneeuw liggen, steekt een sigaret op en de tabaksrook verspreidt zich als een blauwe wolkje boven de witte blinkende sneeuw. De man is al doorgelopen, maar het wolkje hangt nog steeds waar hij gepauzeerd heeft, de lucht is haast roerloos. Wegen worden altijd gebaand op rustige dagen, om te voorkomen dat de wind het werk van de mensen wegvaagt. De mens kiest zelf oriŽntatiepunten in de onafzienbare sneeuwmassa - een rots, een hoge boom - , de mens loodst zijn lichaam door de sneeuw zoals een stuurman zijn boot over de rivier, van kaap tot kaap. Over het pasgebaande smalle en onzekere spoor volgen een man of vijf, zes, schouder aan schouder. Ze stappen niet in het spoor maar ernaast. Als ze bij een van tevoren aangegeven plek zijn gekomen, keren ze om en lopen weer terug, zodat de nog niet door mensenvoeten betreden sneeuw wordt platgelopen. De weg is gebaand. Er kunnen mensen overheen, vrachtsleden en tractoren. Als iedereen het spoor van de eerste man precies volgt, ontstaat er een zichtbaar, maar nauwelijks begaanbaar smal pad - een pad, maar geen weg - met kuilen waardoor het nog moeilijker vooruitkomen is dan door de onbetreden sneeuw. De eerste heeft het het zwaarst, en als hij aan het eind van zijn krachten is, gaat iemand anders uit de kopgroep van vijf vooroplopen. Van degenen die het spoor volgen moet iedereen, zelfs de kleinste, zelfs de zwakste, op een stukje onbetreden sneeuw stappen en niet in het spoor van een ander. En op tractoren en paarden rijden geen schrijvers maar lezers.

    Varlam Sjalamov