Yevgeny

 

Yevtushenko


  •      

     

    EEN ZUCHT

     

     

    Hij is ingehouden,
    mijn vriend,
    hij houdt zich vreselijk in.
    Hij is teruggedreven op zichzelf,
    Het deksel is op hem neergeslagen,
    Op het diepe donker van zijn droefenis,
    Als een waterbron,
    En zijn gedachten gaan tekeer tegen het deksel,
    En zijn vuisten zijn erop stukgeslagen.
    Hij zal niemand vertellen over zijn moeilijkheden,
    Hij zal ze niet met één beweging uitsnikken,
    Toonloos stapelt alles zich in hem op,
    En ik ben bang
    dat er een ontploffing zal komen.
    Maar er is geen ontploffing
    Alleen zucht
    Na zucht –
    Als een boerenvrouw die haar tranen in een hooischelp begraaft,
    als de schuimende stuiptrekkingen van de zee
    Tegen de grauwe natte basaltblokken.

    Gewoonlijk was ik zo open, volledig open,
    Ik hoefde me nergens voor in te houden,
    en daarop bouwde het noodlot een dijk om me heen,
    als het werk van een spotlustige vrouw.
    En ik ben moe.
    Ik ben terughoudend geworden.
    Ik ben opgehouden met vertrouwen.
    Op tijden dat ik gedronken heb
    Constateer ik dat ik op het punt sta te ontploffen,
    Maar er is geen ontploffing,
    Alleen een zucht
    en nog een zucht,
    als een boerenvrouw die haar tranen in een hooischelp begraaft,
    als de schuimende stuiptrekkingen van de zee
    tegen de grauwe natte bazaltblokken.
    Mijn oude vriend,
    Mijn onmaatschappelijke vriend,
    Laten we plaatsnemen, als vroeger.
    Laten we voor elkaar de glazen vullen,
    Om te zuchten –
    Nu samen

    1963. Yevgeni Yevtushenko