Poëzie

  •      

     

    Nieuw toegevoegd

     

     

    Regen

     

     

    De bui is afgedreven; 
    aan den gezonken horizont 
    trekt weg het opgestapelde, de rond- 
    gewelfde wolken; over is gebleven 
    het blauw, het kille blauw, waaruit gebannen 
    een elke kreuk, blank en opnieuw gespannen. 

    En hier nog aan het vensterglas 
    aan de bedroefde ruiten 
    beeft in wat nu weer buiten 
    van winderigs in opstand was 
    een druppel van den regen, 
    kleeft aangedrukt er tegen, 
    rilt in het kille licht... 

    en al de blinking en het vergezicht, 
    van hemel en van aarde, akkerzwart, 
    stralende waters, heggen, het verward 
    beweeg van menschen, die naar buiten komen, 
    ploegpaarden langs den weg, de oude boomen 
    voor huis en hof en over hen de glans 
    der daggeboort, de diepe hemeltrans 
    met schitterzon, wereld en ruim heelal: 
    het is bevat in dit klein trilkristal. 

     

    J.H. Leopold

     

     

     

    Op vleugels

     

    Na een slapeloze nacht stond hij uitgeput en met hoofdpijn op. Zonder de minste haast te maken waste hij zich en kleedde

    zich aan. Hij liet de jaloezieŽn dicht en aan de tafel,

    waarop een vaas met bloemen stond, schreef hij langzaam:

    "Ga "; hij dacht even na en schreef er toen, met hetzelfde onuitgeslapen gezicht bij: "en ik ik ga met u mee".

    Toen opende hij het raam dat uitkeek op de straat

    die baadde in het zonlicht.

     

    -----

     

    Het werd steeds lichter in de wagon, die tegen de ochtend

    wat minder vol was geworden. De beslagen raampjes boden

    uitzicht op grasland dat, ofschoon het al tegen eind augustus

    liep, nog bijna gifgroen van kleur was; op modderige wegen, karren van melkmeisjes voor een neergelaten spoorboom, wachthuisjes, wandelende vakantiegangsters onder kleurige parasols. Op de vele stationnetjes, die allemaal op elkaar

    leken, kwamen nieuwe passagiers uit de omgeving de wagon binnen met aktetassen, en het was te zien dat een

    treinreis voor hen geen bijzondere gebeurtenis was of een

    1 gedenkwaardige episode in hun leven, maar een doodgewoon onderdeel van hun dagelijkse programma, en op een of andere manier was het bankje waar Nikolaj Ivanovitsj Smoerov

    en Vanja zaten de meest tastbare en belangrijke plek

    in de hele wagen.

    De stevig dichtgebonden koffers, de door riemen op hun

    plaats gehouden kussens, de oude heer tegenover hen met

    het het lange haar en een schoudertas die uit de mode wa

    s -dat alles sprak van een lange reis, van een onalledaagse, ingrijpende gebeurtenis.

     

    MichaÔl Koezmin