Anton van

 

Duinkerken


  •      
         

     

    Herkenningsteken

     

     

    Een klerk herkent men aan zijn hand,
    Een koning aan zijn beeldenaar,
    Een vingerafdruk wijst, wat kant
    Men zoeken moet naar stokebrand,
    Bankrover, dief of moordenaar.

    Doch wie de dichter kennen wil
    Moet raden wat verborgen pijn
    Hem zo geduldig en zo stil
    Doet buigen voor de vreemde gril
    Der woorden, die zijn dienaars zijn,

    Geen rijmkracht en geen beeldenschat,
    Geen onophoudlijk taalgevijl
    Onthullen wat zijn hart bevat.
    Men ken hem aan 't onzegbre, dat
    Hij wegveinst in zijn stijl.

    Anton van Duinkerken (1903-1968)